Hoe stook je een vuurtje?
Zorg dat je eerst een goede plek vindt waar je veilig een vuurtje kan stoken. Vonken kunnen gauw een brand veroorzaken, zeker als het al een tijdje droog weer is geweest. Waait het erg, maak dan een kuil waar je in gaat stoken en let goed op waar vonken heen waaien. Papier waait vaak brandend weg, dus niet gebruiken.
Maak als je klaar bent, het vuur goed uit met water zodat je geen gloed meer ziet. Bedek de rest dan met zand.

Je moet dan proberen een vuurtje op te bouwen. De straattegel zorgt er dan voor dat het gras niet vernield wordt. Ook moet je leren om je vuurtje aan te steken met niet meer dan 5 lucifers. Dat betekent dat je begint met hele kleine splinters of takjes, droog riet of gras. Heb je een bijl, hak dan altijd op een hakblok of afgezaagde boomstam.
Op de foto zie je hoe je zijtakken kan weg hakken. Het stammetje zo doorhakken zal niet lukken, omdat de tak gaat veren. Beter gaat het dus als je er een hakblok onder hebt. Probeer houtjes te splijten door te letten op de richting van de nerven.

Handig is het om boven een zwerversvuurtje zo een blikje worstjes warm te maken. Wel het blikje eerst wat open maken, anders ontploft het in je gezicht. Een eitje kan je bakken in een zelfgemaakte koekenpan van alufolie om een vorkstok.

Ook kan je stokbrood bakken op je kleine houtvuurtje.
Je maakt dan deeg van:
- meel , zout en water en zorg dat het niet te klef wordt door te veel water.
- wikkel het taaie deeg om een schoon-geschilde verse stok die met wat boter is ingesmeerd.
- houdt je deeg niet in de vlammen maar draaiend boven de gloeiende as.
- als het langzaam gaar is geworden kan je het brood van je stok trekken.


