In de zomer van 2007 trokken de Elfregi Zeeverkenners in een week langs een groot deel van de Zuid Hollandse plassen. Weer of geen weer, wind of geen wind, ze kwamen vooruit. Door te zeilen, roeien, wrikken en te jagen zorgden ze er gezamenlijk voor dat de vloot iedere dag weer zijn weg vond. Lees hieronder het verslag van Jesse, de bootsman van de Reiger!
Om negen uur begonnen wij ( Zowie, Nino, Jasper, Jacob en Jesse ) met de boot optuigen, het dekzeil en de bagage in de boot te stoppen. Het doel van deze dag was om op de Westeinder te komen, daar te slapen en te eten. Toen we net op het nieuwe meer zeilden zagen we de Bever opeens aanleggen bij de steiger van de Koenen. Het bleek dat ze hun jerrycan´s vergeten waren! Bart Tempelaar sprong uit de Bever en sprintte naar het clubhuis, waarna hij terug kwam met twee volle jerrycan´s in iedere hand. Een kwartier later kwamen wij er zelf nog achter dat we een zwemvest en een regenpak te kort kwamen. Gelukkig was de Zwarte Zee nog niet vertrokken en konden de spullen alsnog meegenomen worden. Eenmaal op de helft van het meer gingen de jongere zeeverkenners achter het roer en leerden meer van het zeilen. Na een tijdje viel het ons op dat we eigenlijk de enige waren op het nieuwe meer en dat de andere boten al een stuk verder waren. Kwartiermeester Nino "schopte" Jasper weg en ging zelf achter het roer zitten om het tempo op te voeren. Toen we Zwarte Zee langskwamen stapte Vincent bij ons in om ons te helpen met twee belangrijke dingen die we nog veel vaker zouden gaan doen. Het eerste ding leerde hij aan ons toen we bij de eerste lage brug aankwamen. We gingen voor het eerst de mast naar beneden doen. Niemand wist hoe het moest, op Nino na, omdat hij de enige was die al eens een zeilkamp had meegemaakt. Eerst oefenden we met de mast naar beneden halen. Daarna deden we het serieus, waaruit we merkten dat we nog wel iets aan de snelheid en efficiëntie konden werken. Na de brug konden we erg lastig zeilen en legden we aan om een jaaglijn klaar te maken. Dit was het tweede wat Vincent ons aanleerde. Een lange lijn werd aan de fokkeval vast gemaakt, waarna Nino op de kant ging staan en de boot voor trok. Na een tijdje nam de bootsman, Jesse, het over totdat de Zwarte Zee langs kwam om de boot voor te trekken. We waren namelijk veel te laat.
Uiteindelijk aangekomen op de Westeinder, werd de sleeplijn los gegooid, waarna we makkelijk door konden zeilen. Als we de zeilen helemaal gehesen hadden. Bij ons was dat dus niet het geval. Waardoor we op de kant van een eiland belandden. Na even schreeuwen merkten we dat de Zwarte Zee al lang weg was en dat we er alleen voor stonden. Maar gelukkig voer er een bootje langs die ons weg sleepte. Jammer genoeg sleepte de boot ons helemaal weg van onze aanlegplek. Na een uur zeilen kwam de Zwarte Zee ons ophalen en sleepte ons weer, maar nu meteen naar de aanlegplaats. Iedereen had al gegeten, dus propten we ons snel vol met knakworst en soep, zodat we meteen weer verder konden naar onze slaapplek. Iedereen ging even zeilen en het ging met slakkengang met windkracht een. Gelukkig was het erg gezellig toen. Op onze eindbestemming gooiden we het anker uit en mikten we het dekzeil op de boot, waarna iedereen meteen ging slapen. Tenminste, proberen te slapen dan.